Geschiedenis van de springplank

Vroeger was een springplank van hout, hij was korter (3.60 meter) en hij lag niet horizontaal, maar liep een beetje op. De anti-sliplaag was een cocosmat, die elke dag opgehangen moest worden om te drogen. Om een veilige sprong te maken moest een springer een rennende aanloop maken.

In de jaren dertig werd gesprongen van de Brandsten plank, ontworpen door Brandsten. De dikte van de plank was achter 51/2 cm, in het midden 61/2 cm en voor 3 cm. De plank was populair onder de springers maar had een levensduur van slechts drie tot vier maanden bij intensief gebruik. Daarom waren bedrijfleiders van zwembaden vaak niet bereid een Brandsten plank aan te schaffen.

De jaren vijftig waren de tijd van Buckboard in Amerika, gemaakt door Norman Buck uit Seattle. De plank bestond uit meer dan driehonderd onderling verbonden stukjes aluminium afkomstig van oorlogsvliegtuigen. In Amerika bleef deze plank tot en met 1959 de standaard wedstrijdplank.

In 1950 begon professor Gerritsen in Nederland aan de constructie van de Holland Board. De plank bestond uittwaalf houten latten naast elkaar, elk 480 cm lang en 4 cm breed. De latten werden aan elkaar gelijmd, omwikkeld met glashuid, netjes gelakt en bestrooid met carborumdum voor anti-slip.

In Europa werd de Holland Board zeer goed ontvangen, met name in Engeland, waar men meende dat de plank voor een revolutie zou zorgen. In Rome, op de Olympische Spelen van 1960 waren de Holland Boards van Gerritsen reeds geplaats voor de trainingen. Toch zouden de planken op die spelen niet worden gebruikt.

duraflexDe Arcadia Air Company maakt in 1959 de eerste duraflex planken in Amerika. De plank bestond uit één stuk aluminium en werd gemaakt volgens een proces dat extrusie heet (onder verhitting wordt een blok aluminium door een opening met een bepaalde vorm geperst.

Acardia stuurde alle landen die een schoonspringploeg naar Rome zouden sturen een gratis plank om op te oefenen. Tijdens de trainingsweken voor de Olympische Spelen werd door de springers in Rome gestemd over de vraag op welke plank de wedstrijden gehouden moesten worden. Met een kleine meerderheid werd voor de duraflex gekozen.

Ondanks dat Gerritsen houten springplanken van goede kwaliteit maakte kregen de Amerikanen met de duraflex plank de gehele markt voor het wedstrijdspringen voor zich. De duraflex plank was constant van eigenschappen, werd in grote aantallen, snel geproduceerd en handig aan de man gebracht. Ook speelde mee dat de Amerikaanse schoonspringers toen absoluut de besten waren en iedereen op de zelfde planken wilde trainen als zij. Het interressant om te melden dat er op dit moment in Nederland nog steeds houten springplanken volgens bouwschrift van professor Gerritsen worden gemaakt en verkocht.

Rond 1969 verscheen de Maxiflex plank. De plank was net als de duraflex van aluminium d.m.v extrusie gemaakt.

De jaren zeventig kenmerken zich door experimenten met springplanken van glasfiber. In Amerika verschenen meerdere proefmodellen. De planken werden (en worden) goed verkocht voor recreatieve doeleinden, maar zijn nooit door wedstrijdspringers geaxxepteerd. Ofwel waren ze te stijf, ofwel te sloom.

In 1979 presenteerde Arcadia de maxiflex B plank, de zgn. "cheese board". Deze plank dankte zijn naam aan de kenmerkende gaatjes in de punt. Na een periode van experimenteren met de gaatjes is er nu het vissegraad model.

Springplanken deVeurIn het midden van de jaren tachtig startte Herman Karlas in Bussum aan de constructie van een aluminium plank volgens een ander concept; een doosmodel met steunbalken erin, die naar de punt toe smaller en dus lichter worden. Hierdoor werd de plank bij de punt nog lichter dan de maxiflex en theoretisch sterker en stabieler. Karlas heeft meerdere typen planken in kleine oplage gebouwd en getest in Bussum met schoonspringers en vrijzwemmers. Ook heeft hij meerdere exemplaren weggegeven of verkocht aan clubs in Nederland en andere landen. De plank springt heel fijn en vooral kinderen komen er hoog vanaf. De felle kleuren (rood en blauw) en de "de dikke doos-vorm" maken de plank opvallend anders dan de maxiflex. Toch is de plank nog niet doorgebroken en wordt hij nog niet op grote schaal geproduceerd. Wel loot er een patent op in de Verenigde staten, dus daar mag de plank (nog) niet worden nagebouwd.

De speurtocht naar verbeteringen van de springplank is nog steeds in volle gang. Springers willen steeds hoger de lucht in en meer salto's en schroeven maken. Wellicht ligt de toekomst van de springplank in nieuwe materialen, zoals de superlichte combinaties van aluminium en kunststof die worden toegepast in de vliegtuigbouw, of het duren koolstofvezel. Wellicht wordt de springplank van de toekomst langer, meer dan 5 meter. Ook is er een hardnekkig gerucht, dat er uitvinders bezig zijn met een soort "intrekbare" plank, die na de afzet wegschuift, zodat de springer zich niet meer (aan de plank) kan bezeren. Tenslotte is er nog de mogelijkheid dat er heel nieuwe springsporten ontstaan, met trampoline-achtige toestellen, of kromme planken, waar je zelf tegen op moet rennen voordat je er vanaf duikelt. Wat dacht je van een springkanon, dat de springer afschiet?

Ideeën zijn er genoeg. Hopelijk blijven Nederlandse uitvinders voor aan in de race naar nieuwe springtoestellen. Dan krijgen wij alles als eerste te zien!

Auteur: Wessel Zimmermann 1996 

NRZlogo Logo KNZBLogo TCSwimSmile logo

 

Primair Projekt.png